woensdag 5 september 2007

Hoofdstuk 3: Christendom

Christendom
Inleiding:
Het Christendom is de belangrijkste religie uit de Europese geschiedenis. Gedurende 2000 jaar heeft het Christendom de geschiedenis van Europa beheerst. Ook nu nog zijn er veel mensen die in Jezus Christus geloven.
Waar komt dat geloof vandaan en wat houdt het in? Lastige vragen. In de bijbel staan de antwoorden. Maar de bijbel is een vreemd en wonderlijk boek dat niet altijd even gemakkelijk te begrijpen is.
De bijbel bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament gaat over de geschiedenis van het Joodse volk vanaf het moment dat God de wereld schept. Het Nieuwe Testament gaat over het leven van Jezus Christus. Jezus wordt door de Christenen gezien als de verlosser (Christus betekent Messias, verlosser, de gezalfde). De Joden erkennen Jezus niet als de verlosser.


Oude Testament

Vragen over de Schepping Genesis 1 en 2.
1. Waaruit blijkt dat God almachtig is?
2. Hoeveel dagen doet God erover de wereld te maken?
3. Hoe kun je de invloed van het christendom terugzien op onze indeling van de week?
4. Lees Genesis 1: 26-31.
a. God zegt: ‘Nu gaan we de mens maken, als beeld van Ons (God).’ Wat bedoelt God hiermee?
b. Waaruit blijkt dat de mens de kroon op de schepping is oftewel, het belangrijkste wezen op aarde?
c. Sommige mensen zeggen dat de manier waarop wij dieren mishandelen en de wijze waarop we de natuur vervuilen gevolgen zijn van het christendom. Waaruit blijkt dat in de tekst?

Vragen over Adam en Eva en de zondeval. Genesis 35. Welk verbod legt God aan Adam en Eva op?
6. Wie laat zich verleiden door de slang?
7. Verklaar aan de hand van het antwoord op vraag 2: ‘De vrouw is het zwakke geslacht.’
8. Welke straf krijgt de mens opgedragen?
9. Wat bedoelen we met ‘erfzonde’.

Vragen over de ark van Noach. Genesis 710. Waarom mag Noach als enige van alle mensen in de ark?
11. God is vaak een straffende God die ingrijpt als de mensen teveel zonden begaan. Waaruit blijkt dat in dit verhaal.
12. Lees Genesis 9: 1-17. God sluit een verbond met de mensen.
a. Welk verbond?
b. Wat is het teken van dit verbond?

Abraham en Isaak. Genesis 2213. Om welke reden vraagt God aan Abraham zijn zoon Isaak te offeren?
14. Welke belangrijke les heeft Abraham van God geleerd?

Mozes en de uittocht uit Egypte. Exodus 715. Hoe blijkt uit dit verhaal dat God, de God van Israel is en dat de Joden het door God uitverkoren volk zijn?
16. Lees Exodus 7: 14-25.
Waarom treft God juist de Nijl in zijn eerste plaag?
17. Lees Exodus 12: 29-41.
a. Met welke straf weet God de Egyptenaren uiteindelijk zover te krijgen dat ze de Israëlieten laten gaan?
b. Vind je God een vredelievende God of een wraakzuchtige God? Verklaar je antwoord.

Mozes en de tien geboden. Exodus 20.18. Waaruit blijkt dat er maar één God mag zijn?
19. Waaruit blijkt het grote verschil tussen de Joodse God en de Goden bij de Grieken en de Romeinen?
20. Een gebod zegt dat mensen geen beelden van God mogen maken. Hebben ze zich daaraan gehouden? Verklaar je antwoord.
21. Noem drie geboden die je nog steeds in orde vindt en leg uit waarom je dat vind.

Opdracht: Uit de bijbel kun je allerlei levenslessen halen. Wat moet je wel doen en wat moet je niet doen? Hoe verhoudt God zich tot de mens en wat is de plaats van de mens in deze wereld. Je hebt nu een aantal teksten uit het Oude Testament gelezen. Schrijf 5 levenslessen op die je uit de teksten kunt halen. Schrijf de levensles op en leg uit hoe deze les in het bijbelverhaal naar voren komt.








Inleiding:Het Nieuwe testament bestaat uit 27 boeken. De belangrijkste daarvan zijn de vier evangeliën: het evangelie volgens Matteus, Marcus, Lucas en Johannes. Deze vier evangelisten beschreven het leven van Christus. Er zijn veel overeenkomsten tussen deze vier levensverhalen van Jezus, maar ook wat verschillen. Het woord evangelie betekent in het Grieks ‘Blijde Boodschap’. Welke blijde boodschap? Nu, dat het Rijk Gods zal komen en vrede en gerechtigheid voor iedereen zal brengen. Jezus wordt gezien als de zoon van God die de mensen deze boodschap verkondigt. De evangeliën zijn pas 40 jaar na de dood van Jezus opgeschreven. Het zijn geen precieze beschrijvingen van zijn leven. Er staat bijvoorbeeld geen beschrijving van zijn uiterlijk in en met uitzondering van zijn geboorte wordt er bijna niets over zijn jeugd verteld. Maar klopt het dan wat er in de evangeliën staat? Dat is een kwestie van geloven.

Wat te doen? - in de les worden enkele belangrijke passages uit het Nieuwe Testament behandeld. Hieronder staan daar vragen over.
- Op Internet moet je allerlei schilderijen bestuderen over het leven van Jezus Christus.

De geboorte van jezus

1. Lees Matteus 1: 18-23Wat is het bijzondere aan de zwangerschap van Maria?
2. Waaruit blijkt dat de wijzen geloofden dat sterren de toekomst konden voorspellen?
3. Met welk feest herdenken we de geboorte van Jezus?

De bergrede.
4. Lees Matteus 5. In deze toespraak op de berg verkondigt Jezus zijn levenslessen. Lees maar. Het geeft niet als je de helft niet begrijpt.
a. Welke mensen krijgen steun van God? Geef drie voorbeelden.
b. In de bergrede staan ook een paar belangrijke leefregels. Noem er drie. Begin te lezen bij Matteus 5 vers 21.

De dood van Jezus. Matteus 27. Bedenk dat Jezus in Jeruzalem gestorven is. Jeruzalem werd toen bestuurd door de Romeinen, maar de bevolking was voornamelijk Joods. Jezus was zelf ook een jood.

5. Hoe denkt de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus over Jezus?
6. Waar komt de uitdrukking ‘hij wast zijn handen in onschuld’ vandaan?
7. De Joden zijn uiteindelijk schuldig aan de dood van Jezus. Waaruit blijkt dat?
8. Lees Matteus 27:45-
Hoe blijkt dat het daadwerkelijk de zoon van God is die aan het kruis gestorven is?

De verrijzenis van Jezus. Matteus 28.
9. Hoe blijkt dat Jezus verrezen is?
10. Hoe willen de hogepriesters dat wonder ontkennen?
11. Met welke feest herdenken we de verrijzenis van Jezus?

Geen opmerkingen: